Fietsregels

Het fietsen in een groep heeft voordelen: het werkt disciplinerend (je gaat vaker fietsen ook op mindere dagen), het kan leuk en gezellig zijn en je fietst harder en traint meer. Aan de andere kant brengt het fietsen in grotere groepen uitdagingen met zich mee. Ten eerste zijn er verschillen in kracht, conditie en talent en ten tweede zijn er risico’s op valpartijen, pech, etc. Daarover vind je hieronder een aantal opmerkingen, aanwijzingen, tips en afspraken/regels.

Niveauverschillen

Bij profs zijn niveauverschillen niet groot, daaronder lopen ze snel op. Leeftijd, gewicht, vetoverschot, training, dieet en talent; dit alles draagt bij aan aanzienlijke verschillen bij amateurs en hobbyfietsers. Niets is zo vervelend als op je tandvlees en met verzuurde benen achter een groep aan te rijden die voor je gevoel steeds op jou moet wachten. Niets is zo vervelend om vaker dan nodig te moeten wachten. De WTC Werkhoven lost dit als volgt op:

Op kop rijden

Er zijn altijd een paar sterkere fietsers die graag kopwerk willen doen. Zo kunnen zij hun energie kwijt en kun jij in de slipstream mee. Voel je niet schuldig. Neem die ‘bus’, ga midden in de groep rijden, durf het ‘achterwiel te pakken’ van je voorganger (kies iemand die je vertrouwt en stabiel fietst).

Samen uit….

Op zondagen blijft de groep bij elkaar. We rijden dan wat langere afstanden (tot 100 km) met een gemiddelde snelheid van rond de 30-32 km/uur (afhankelijk van windsterkte en aantal heuvels). We roepen ‘wachten’ of ‘rustig’ als iemand achterblijft. Laat je echter wel helpen: blijf niet achterin hangen maar accepteer hulp van een sterkere fietser die je komt ‘ophalen’; ga mee in z’n slipstream. Op dinsdag- en donderdagavond rijden we een wat kortere rit (tot 70 km) met een iets hogere snelheid (32-33 km/uur gemiddeld); als er voldoende fietsers zijn kunnen zij voor de start van de training besluiten zich op te splitsen in een A (snellere) en B (mindere snelle) groep. Daarna geldt op alle dagen en voor alle groepen: ‘samen uit, samen thuis’.

Trainen

Zeker als je nieuw bent zal er een niveauverschil zijn tussen jou en andere fietsers. Adviezen: neem een paar weken tot maanden om aan te sterken; ga zo vaak mogelijk trainen; fiets midden in de groep + doe geen kopwerk; aarzel niet in groep B mee te fietsen (als er zo’n groep geformeerd wordt); en je kunt op de helft of tweederde van de rit besluiten een kortere route naar huis te fietsen—lekker in je eigen tempo.  Andere tips: ga af en toe individueel trainen (kopwerk in eigen tempo), neem eens een week vrij om te trainen (kan bijv. via Cycletours in Amsterdam maar de WTC gaat volgend jaar ook aan tochten meedoen, in binnen- en buitenland) en houd je conditie op peil in de winter: op zondagen fietst een aantal van ons door—weer of geen weer, maar je kunt ook spinnen, mountainbiken of schaatsen.

Materiaal

Een goede fiets helpt ook. Neem een triple voorblad om makkelijker heuvelop te fietsen. Lucien van Impe schrijft in zijn Atlas van de Cols des Alpes dat je ademhaling niet mag gieren, je hartfrequentie onder de verzuringsgrens moet blijven (standaard norm = 220 minus je leeftijd) en je trapfrequentie hoog genoeg moet zijn (tussen de 90 en 100 is mooi; in de bergen tussen de 80-90; Armstrong trainde tussen 95-105 en een WTC lid zelfs op 110 omwentelingen per minuut). Het heeft dus zin een fietscomputer met hartslagmeter te kopen, naast triple voorbladen en geschikte versnellingen achter).

PS. nu je toch in de winkel staat: zorg voor goede banden, zodat je niet lekrijdt en de groep op jou moet wachten. Kan gebeuren, mag gebeuren, maar niet als je 5 jaar geleden je banden voor het laatst vervangen hebt. Denk aan lekrijden tijdens afdalingen (doodeng); een nieuwe band van pakweg 20 euro na elke winter does the job.

Veiligheid

En daar gaan ze weer; smak tegen het asfalt. Bij de profs is het schering en inslag. Bij de WTC Werkhoven vermijden we ze liever. Om de veiligheid te borgen hebben we een paar afspraken gemaakt over routebepaling, elkaar waarschuwen voor risico’s en enkele andere zaken.

Routes

Vóór we gaan fietsen spreken we af wie de route bepaalt. Deze persoon kent de route op z’n duimpje en kan tijdig aangeven wat de groep te wachten staat. Een groep die met hoge snelheid richting een kruispunt fietst moet weten welke kant het opgaat. De informatie wordt naar achteren doorgegeven.

Waarschuwingsignalen

Stelregel is dat gebaren de voorkeur hebben, tenzij de situatie zodanig is dat er geroepen moet worden. Gebruik hierbij het gezond verstand. Hieronder een opsomming van gebaren, daarna volgen de kreten.

Gebaren

Stop
Hand recht omhoog met open hand of gebalde vuist.

Binnen
Rechterhand achterwaarts houden, ev. met hand wapperen voor effect.

Tegen
Linkerhand achterwaarts houden, ev. met hand wapperen voor effect.

Slecht wegdek
Met linker of rechterhand naar beneden wijzen, voor bv gaten, hobbels, grind, zand, enz.

Kreten

Lek
Als er iemand lekt rijdt, dan wordt er hard LEK geroepen. Als er niet goed gereageerd wordt dan fietst er iemand naar voren om iedereen te laten stoppen. Men dient er voor te zorgen dat er altijd min. 2 mensen mee helpen met het verwisselen van de band. Iedereen moet minimaal een reserveband bij zich hebben.

Paaltje
Aankondigen van een hindernis in de weg. Op de weg kunnen aan alle kanten paaltjes staan: links, midden, rechts.  Geef evt. met gebaren aan waar het paaltje staat.

Tegen!
Een tegenligger aankondigen. Evt. kan er gezegd worden wat voor tegenligger, bv een auto of een tractor. Zie ook TEGEN onder gebaren.

Binnen!
Gaan we fietsers en of lopers inhalen of een stilstaande auto moet gepasseerd worden, dan roepen we ‘binnen’ zodat we kunnen uitwijken. Bovendien kunnen de mensen die we inhalen ons dan horen. Een bel laten horen kan ook. Zie ook BINNEN onder gebaren.

Achter elkaar
Als de weg smal wordt of er komt een fietspad.

Rustig/wachten
Als er achterin gaten vallen en het tempo voorin is te hoog. Natuurlijk kan dit gedeeltelijk voorkomen worden door er voor te zorgen dat de voorrijders af en toe achterom kijken.

Stop
Als er echt gestopt moet worden, bv bij een verkeerslicht of bij het naderen van een drukke weg en natuurlijk bij een pech geval. Zie ook STOP onder gebaren.

Vrij
Als er een weg wordt overgestoken terwijl men het rode verkeerslicht heeft genegeerd. Per definitie dienen we ons aan de huidige verkeersregels te houden. Door rood rijden is verboden.

Andere spelregels

Inhalen en afzakken (rouleren)
Inhalen gebeurt altijd links – afzakken gaat altijd via de rechterkant. Evt. met een gebaar (met je linkerhand van achter naar voren wapperen als teken van ‘ga er maar langs’) aangeven dat je gaat afzakken en dat iemand de kop moet overnemen.

Helm
Het dragen van een valhelm is verplicht.

Verzekeringen
Het hebben van een WA verzekering is verplicht. Check de dekking en voorwaarden. Grijp in als deze onvoldoende is. Niet moeilijk doen bij schade (materiaal) en letsel (aan/bij anderen); zoveel mogelijk helpen.