Battle in the Ardennen

Fietsmaten!

De WTC is in de Ardennen geweest! En dat hebben we geweten. Mag ik u even voorstellen (oftewel: wie hebben zich gewaagd aan deze foltering van 165 km lang, 3415 hoogtemeters, 4500 kCal, klimmetjes van enkele kilometers van soms 10 procent gemiddeld, met als sluitstuk de muur van Vianden met een paar honderd meter 23 procent)? Vrijdagmiddeg zijn zeven man afgereisd: Marcel de Boeddhist (hij glimlacht altijd en geniet van zo’n tocht, die hij tegen beter weten in op aanmaaklimonade en Sultana’s rijdt–lees hieronder hoe dat afloopt), Josje de Taaistewel (je ziet em weken niet maar hij draait z’n rondjes zodanig dat iedereen hem Marmottewaardig vindt behalve hijzelf), Ton de Beul (vooral voor zichzelluf, waarover later meer), Evert de Ondergetekende (effe de inspiratie kwijt, heb ik de laatste tijd vaker last van als ik aan mezelluf denk, als ex-kapitein van een Black Pearl die maar niet echt zeewaardig wil worden), Dennis-ik-zeul-die-100-kilo-ook-op-een-compact-wel-naar-boven en tenslotte Kellogs-Jan de allesvreter, de Top Banana, de zelfbenoemde katapult die op springen staat. Ook Ruud P. was mee. Voor hem geen bijnaam, omdat ik iets anders–iets moois, voor hem in petto heb.

In drie auto’s afgelopen vrijdagmiddag dus afgereisd naar de zwaarste toerklassieker van de Benelux: de Jean Nelissen Classic (*). Marcel, Jos en ik reden aan het eind van de ochtend al weg, maar ergens bij Oostende beseften we dat we verkeerd gereden waren zodat we niet lang voor Ton en Ruud (drie uur later gestart) in Diekirch aankwamen. Borreltje, eten in authentiek/ambachtelijk restaurant, wachten op KJ en Dennis (waarschijnlijk tactiek, want we hadden 3 Leffe’s op voor we er erg in hadden). Kees-Jan kwam van een gezinsuitje op een van de Waddeneilanden en was helemaal gefocusd, gespannen, klaar voor de start. Hij had het over een katapult en andere dingen die hij mensen wilde aandoen. Een geheim comite van de WTC is in beraad over een geschikte therapie. Verder niks over de vrijdagavond behalve dat we op tijd naar bed wilden om goed te slapen voor de tocht op zaterdag.

Zaterdag

Ontbijt, gekletst, spanning. Eeven daarna: zes van de zeven WTCers fietsen naar de start: een extra 12.5 km zodat het totaal op een kleine 190 uit zou komen. Cliffhanger: op de terugweg had ik drie man in de auto en moest il een limiet stellen, anders waren het er meer geweest. Zie de mannen vallen–is de titel van een theaterstuk van Hauser Orkater, ergens eind jaren zeventig, en had ook de titel van dit email bericht kunnen zijn. De eerste man die “viel” was Ton de Beul. Griep gehad, afgereisd met twee tandwielen voor, kleinste 39. De eerste klim van 2.4 km, 10% gemiddeld, 14% max, 230 hm ging wel lekker voor de meesten, maar niet voor Ton. Les 1 in de bergen: denk aan je materiaal. Met een compact redt je het niet op ons niveau. Een triple is een must. Alleen Kellogs Jan kan een 34 ronddraaien in de bergen; anderen blazen zichzelluf op. Zo ook Ton. “Hoe ging het Ton?”, vroeg Ruud (die later–na zo’n 125 km–wel degelijk een gewone sterveling op de fiets bleek te zijn en niet de krachtpatser die wij altijd in hem zien). Ton deed zijn best een woord te articuleren maar dat ging moeizaam door een combinatie van woede en ademnood. Hij bracht uiteindelijk een krachtig en welgemeend “kut” ten gehore. Baalde als een stekker. Het was duidelijk: Ton zou in zijn eigen tempo moeten fietsen, kijken hoever ie zou komen. Ons advies: buig na 50 km af en rijdt linea recta naar de startplaats. 80 km in de Ardennen met een 39 voor is genoeg. Over Ton straks meer. Hij zou nog uitgroeien tot man of the day.

Tweede klim

De tweede malloot die het zich veroorloofde met een 39er te verschijnen bij het startschot was Kellogs Jan. Langzaam fietsen was er bij hem de rest van de dag niet bij; de cadans moet immers boven de 70 en eigenlijk boven de 80 blijven, dus hebben Marcel, Ruud en ik ons KJ de hele dag in de kont gekeken. Ik heb mij, geloof me nou maar, louter om deze reden na en paar km wat laten zakken. Nee, niet omdat ik Marcel en Ruud niet kon bijhouden. Was overigens leuk om na 2 weken en 2 dagen niet gefietst te hebben tijdens die tweede beklimming effe een lekker gevoel te hebben en in goede cadans naar boven te gaan, niet ver achter KJ. Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de kracht ontbrak dat langer dan een paar km vol te houden. Ik heb vanaf km 20 tot km 135 enkele minuten achter KJ, Marcel en Ruud aan gereden. NB. hiermee herroep ik dus meteen de leugen van daarnet; het was niet de kont van KJ die de reden was van afhaken, maar gebrek aan kracht (de kont van KJ is een echte wielerkont, zit geen vet op. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik er de hele dag naar wil kijken. Vraag echter Ruud Strik: konten geven belangrijke informatie over de wielerconditie en het vermogen van een wielrenner).

Bij rustplaatsen (op km 50 en km 100) stond KJ meestal al een minuutje te mijmeren over de voorbije week en het lot van vaders met peuterpubers, waarna eerst Marcel en Ruud zich bij hem voegde, daarna ik (op enkele minuten volgens KJ, die op dat moment heel even enigzins lief voor mij was–de rest van de tijd moest ik het bekende werk verduren: sneren, speldeprikken, dolkstoten), en vervolgens kwam Jos aanrijden, die de dag verder in eigen tempo heeft uitgereden, wat hem goed is afgegaan en hem een startbewijs voor de Marmotte heeft opgeleverd. Taaier dan Jos kun je niet worden, niet zijn. Ik heb er bewondering voor. Want fietsen is jezelf folteren, dan merkten we gisteren volop. En Jos kan er wat van.

Zo ging het tot km 135. Op en neer. 13 beklimmingen, langer dan 1,5 km (de laaaangste 7.5 km), met gemiddelde stijgingspercentages die er mochten zijn hoor. Ik heb gereden om de 165 km te halen, en om de rugpijn die tijdens de eerste 50 km op kwam zetten te bestrijden heb ik licht gereden en kon ik onmogelijk Ruud P. inhalen, toen hij, naar eigen zeggen, er na de eerste 135 km doorheen zat. De buitenlus zat er bijna op en Ruud Pronk, ons pracht- en krachtmens, door mij herhaaldelijk geplaagd met opmerkingen dat hij misschien niet alleen spuiten in koeien heeft gezet maar af en toe ook in zichzelf (de wielersport is nu eenmaal doping!), begon te piepen en te kraken. Het zou nog erger worden, maar toen ik Ruud na de 135 km tegen kwam zei hij dat had gedacht dat ik hem wel achterop zou komen fietsen.

Les 2 van fietsen in de bergen is dat het niet primair gaat om snelheid, maar om cadans en op je reserve rijden om het einddoel te halen (en pas daarna, in de laatste plaats, als resultaat van dit soort wijsheid en evenwichtig rijden: snelheid). Maar dit terzijde.

Bij de 135 kwamen we ook Dennis-ik-zeul-die-100-kilo-wel-op-een-compact-naar-boven tegen. Kniepijn. De 85 km-en waren gelukt, maar allerjezus zwaar geweest. Wat wil je, de derde halve zool met een 39 voorwiel. Zie verder les 1. Dennis heeft dit weekend echter mijn hart gestolen. Niet alleen een uitstekende stucadoor die Vogelaarwijken (zoals de Wallen in Amsterdam) en zieltogende concerns (V&D) een facelift geeft, maar ook wijze kerel die als enige van ons de guts had vooraf een goede keuze te maken mbt de afstand die hij zou rijden. Dat tandwiel voor van 39 sloopt Kellogs Jan er binnenkort af en is je vergeven, Dennis. Ik zie je met een triple volgend jaar minimaal 135 en waarschijnlijk verder rijden.

De laatste lus, de Binnenlus

30 kilometers voor de selecte groep die de uitputting na 135 km onvoldoende pijn vindt doen. Het werd een ware foltering. Ik sloot me aan bij Marcel en Ruud (KJ is niet gestopt voor de 135 km pauze–het beest) en ging met de eerste in een mooie cadans naar boven tijdens de eerste klim van 3.5 km, 8.5% gemiddeld. Die ging nog, maar na de afdaling volgde direct een tweede klim die 4 km zou duren en een piek had van 14%. Ruud had ons tijdens de afdaling ingehaald–vader van 4 mooie jongens of niet, en sprak toen hij de tweede klim in het vizier kreeg de onvergetelijke woorden: “oh nee he”. Ruud papt onderweg wel eens aan met blonde vrouwen (voor de meelezende vrouwen van WTCers: het blijft echt heel onschuldig–er hoeft immers er maar een meelezeres te zijn en het verhaal gaat een eigen leven leiden en dat is niet de bedoeling: lees snel verder en vergeet het voorgaande), zo ook tijdens deze klim, maar deze mevrouw (wat deed ze daar in godsnaam?) werd botweg en abrupt gedropt toen het stijgingspercentage toenam tot de 10 procent en Ruud aan zichzelf moest denken. Ruud had het niet meer en toonde zijn menselijke gezicht. Het krachtmens Ruud was niet meer. Een piepende muis nam zijn plaats in. Het beesje piepte: “dit is toch zwaarder dan de Alpe d’Huez?” Nee, Ruud, dat is het niet. De Marmotte is zwaarder, maar de Jean Nelissen is ook geweldig.

Zowel Ruud als ik krijgen tijdens deze voorlaatste klim plotseling last van misselijkheid. Ik wet de oorzaak nog niet, maar voel dat ik wil kotsen. Kijk op de Garmin en zie de 14% staan. Dan denk ik aan de Muur van Vianden met de 300 a 400 meter van 23 procent en bedenk: dat is teveel van het goede. Ruud en ik roepen dan ook in koor, na deze voorlaatste klim, dat we die Muur links laten liggen. Marcel zegt iets in de trant van: we zien wel. De sloper.

Gods wegen zijn ondoorgrondelijk. Na de afdaling en een kort klimmetje (houdt dat dan nooit op in die vermaledijde Ardennen) voelde ik ik me weer een 23jarige en bedacht ik me dat ik die muur toch wil proberen. Zo ook Ruud. We nemen allebei een Ride Shotje (zon’n gummy met snelle koolhydraten) en aangemoedigd door enkele NL campinggasten gaat het de muur op. In een bocht zie ik dat veel renners stoppen. Allemaal met compact fietsen. Sommige met triple–maar die zaten er gewoon doorheen. Het steile 23 procentstuk lag daar voor ons. Marcel gaat er eens voor zitten en passert een aantal renners die gaan stoppen. Ik ga dansen op de pedalen, Ruud blijft zitten. En geeft even later op met de woorden: “nee, het gaat niet”. Weg is ie, uit mijn ooghoeken. En wie zie ik daar, even verderop? Daar staat Ton, naast z’n fiets, langs het pad met de 23%. Ton is woest. Hij kijkt verbaasd naar boven, dan naar beneden, dan weer naar boven. Lijkt niet te weten wat hem overkomt, is overkomen. Ik dans nog altijd op de pedalen (enigzins voorzichtig, te hard druk zetten leidt al snel tot een wegslibbend achterwiel en ik wilde graag de klim fietsend afmaken) en zeg tegen Ton in het voorbijgaan dat ik het moment niet vind voor een gezellige babbel. Hoor Ruud achter me roepen: “he Ton”. Die twee hebben een praatje gemaakt en ongetwijfeld heeft Ruud Ton mentaal een beetje opgelapt en bij zinnen gebracht. Toen ik boven kwam bij Marcel (een echte bikkel, schaatser van formaat, wil op aanmaaklimonade fietsen, vertikt het magnesium bij te tanken en kreeg dus kramp, waardoor hij de Muur niet heeft kunnen uitfietsen) hebben we samen gewacht op Ruud en Ton. Eerst kwam Ruud. We gaven elkaar een paar high-fives; opgelucht dat het voorbij was. Daarna kwam Ton, die meteen doorreed en zich op de afdaling storte. Altijd eng als vermoeide mensen dat doen, maar dit keer liep het goed af en fietsten we met z’n vieren naar de finish/startplaats, waar Dennis-ik-zeul-die-100-kilo-wel-op-een-compact-naar-boven op ons zat te wachten.

KJ zat daar ook, onze allesvreter, Top Banana, zelfbenoemde katapult. KJ heeft die 165 km grotendeels alleen gefietst. Hij kon niet langzamer met die 39 (een fout, zo zei KJ ’s avonds; volgende keer komt ie met een 34). Een klasse apart in onze WTC. En best een aardige jongen, volgens sommigen, als je hem beter kent….

Conclusie?

KJ was de sterkste, hoewel hij de Muur van Vianden niet kon rijden vanwege die 39. Marcel was een kei, maar kreeg kramp en kon die Muur dus ook niet slechten. Ruud is beresterk, maar smijt onderweg teveel met energie (anonieme bron) dus moest ook afstappen. Ondergetekende boekte een klein succesje door de muur wel, zij het dansend, op te rijden. Verder miste ik de kracht om voorgaande drie grootheden te kunnen volgen. De helden waren in mijn ogen Dennis (met zijn kniepijn en toch 85 km fietsen), Jos de Taaistewel (komt niet altijd trainen maar weet echt niet van ophouden noch afstappen en rijdt de 165 + 2×12.5 = 190 km) en man of the day Ton: griep, 39 en………. 135 kilometer gereden. Klasse. Echt top. Ik ben een zelfverklaarde mietje en bewonder het doorzettingsvermogen van de verschillende WTCers die ik gisteren bezig heb gezien. Een ding: mij zie je niet op een 39 in de Ardennen. De WTCers die zich er gisteren mee vertoonden doen dat niet nog een keer, maar hebben zich er wel doorheen geslagen. Beesten.

Gezellige beesten, dat ook. ’s Avonds nog veel plezier gemaakt met pizza, pasta, en vooral bier, wijn en vodka. Ik heb een fantastisch weekend gehad en denk dat op dit moment alle genoemde WTCers, die ik met dit bericht in een Ardens voorjaarszonnetje heb willen zetten, na nagloeien van trots, plezier en verzuring.

Mannen, tot de Hemelvaart. I can’t wait for the Marmotte. Want deze tocht uitrijden in de Ardennen heeft een belangrijk effect gehad op ons: zelfvertrouwen. Het gaat op 2 juli lukken. It giet oan.

Ruud, ik vind het fijn dat zelfs jij door je krachten heen kunt raken. Marcel, heel veel dank voor de organisatie. Alle anderen: ik vond het heel leuk en gezellig. Volgend jaar de 220?

Met een hartelijke fietsgroet,

Evert

(*): goed, we hebben de 220 niet gedaan, maar de 165 km (behalve Dennis, die wijselijk en bij voorbaat koos voor 85 km). Volgend jaar 220, mannen. Moet lukken. Die tocht rijden we volgend jaar vast uit. En om niemand af te schrikken: de overige afstanden zijn 165, 135, 85 en 50 km. Ook voor Mountainbikers is er een tocht.

  • Facebook
  • Twitter

Post a Comment

Your email is never shared. Required fields are marked *

*
*